Jan Visser en Trijntje Klop

Van Zevenhuizen naar Leiden.
Een beknopt onderzoeksverslag.


afbeelding: Marco Visser     Marco Visser | 16 oktober 2020.
    categorie: genealogie (stamboom)

Bronvermeldingen worden op een later tijdstip toegevoegd.


Inhoudsopgave

  1. Jan Visser
  2. Zijn ouders
  3. Trijntje Klop
  4. Haar ouders
  5. Het huwelijk
  6. Jan als onderwijzer
  7. In de prijzen
  8. Nieuw uitdaging
  9. Een nieuwe woning
  10. Jan als Arrondissements-IJker
  11. Overlijden
  12. Links
  13. Vergelijkbare artikelen

Jan Visser

Onze voorouder Jan Visser werd op 6 februari 1793 in het Zuidhollandse Bleiswijk geboren als zoon van Jacobus Visser (1765-1810) en Johanna Plooij (1769-1824). Bij zijn doop, op 10 februari, traden zijn grootouders van vaderszijde, Jan Cornelisse Visser (1727-1801) en Lijntje Jacobusse Touw (1726-1801), op als doopgetuigen.


Doopinschrijving Jan Visser, 1793 (Nationaal Archief, DTB Dopen Bleiswijk)
(Doopinschrijving Jan Visser, 1793 (Nationaal Archief, DTB Dopen Bleiswijk)


Jan werd geboren in wat destijds nog de Republiek der Verenigde Nederlanden (1751-1795) was. De Republiek telde op dat moment zo'n 2,1 miljoen inwoners.
De temperatuur op zijn geboortedag lag rond de 4°C. De wind kwam overheersend uit het west-noord-westen.

Twee weken voor zijn geboorte, op 21 januari, werd de Franse koning Lodewijk XVI terechtgesteld met de guillotine. Op 1 februari van dat jaar verklaart Frankrijk de oorlog aan het Verenigd Koninkrijk en de Republiek. Van 21-27 februari vond ook het Beleg van Breda (de geboorteplaats van Jan’s overgrootmoeder Johanna Otters) plaats. Een klein weekje na zijn geboorte, op 11 februari, bezet het Pruissische leger Venlo.

Zijn ouders

Jan’s ouders 6 kinderen, 3 jongens en 3 meisjes. Hun kinderen werden gemiddeld 61 jaar oud. Ze kregen zo'n 45 kleinkinderen, waarvan er helaas ook een aantal jong zijn overleden. Jan was de oudste.

Zijn ouders gingen op 19 oktober 1792 in Benthuizen in ondertrouw en trouwde op 4 november 1792 in Bergschenhoek.

Jan’s vader Jacobus staat (o.a.) vermeld als timmermansknecht en overleed in 1810. Hij werd slecht 44 jaar oud. Volgens een familie-overlevering is hij overleden aan een longontsteking opgelopen bij het zoeken naar een weggelopen kind. Hij liet een echtgenote en 5 kinderen na. Jan’s moeder Johanna is in 1824 op 55-jarige leeftijd in Oudenhoorn overleden. Ze was toen weduwe en liet 4 kinderen na. Meer informatie over het gezin Visser-Plooij vindt u via de link onder aan dit artikel.

Trijntje Klop

Onze voormoeder Trijntje Klop werd gedoopt op 8 april 1787 in Hellevoetsluis en zal waarschijnlijk enkele dagen eerder zijn geboren. Ze was de dochter van Cornelis Klop (1751-1823) en Jannetje Vermeulen (1762-1835).

Op de dag dat Trijntje werd gedoopt lag de temperatuur rond de 5°C. De wind kwam overheersend uit het oost-noord-oosten.


Doopinschrijving Trijntje Klop, 1787 (Nationaal Archief, DTB Dopen Hellevoetsluis)
(Doopinschrijving Trijntje Klop, 1787 (Nationaal Archief, DTB Dopen Hellevoetsluis)


Haar ouders

Voor zover nu bekend kregen haar ouders 7 kinderen. Vijf meisjes en 2 jongens.
Trijntje werd als 2e kind geboren. Haar ouders gingen op 25 april 1783 in Hardinxveld in ondertrouw. Vader Cornelis was beurtschipper van Hellevoetsluis op Rotterdam.

Het huwelijk

Onze voorouders Jan en Trijntje traden op 1 december 1814 in Hellevoetsluis in het huwelijk. De bruidegom was 21 jaar, schoolonderwijzer en woonde in Nieuw-Helvoet. De bruid was 27 jaar, en woonde Hellevoetsluis.
Als getuige vermeld de huwelijksakte: Klaas Golverdingen, 34 jaar, logementhouder, wonende Kerkstraat 137; Aart van Hennik, 30 jaar, winkelier, wonende Oostkaay 167; Nicolaas Vriezenberg van der Kamp, 45 jaar, winkelier, wonende Oostkaay 165 en Pieter Gretterland, 68 jaar, loods, wonende Oostkaay 165. Allen wonende te Hellevoetsluis.


Ondertekening van de huwelijksakte van Jan Visser en Trijntje Klop. Hellevoetsluis 1814, akte 13.

(Ondertekening van de huwelijksakte van Jan Visser en Trijntje Klop. Hellevoetsluis 1814, akte 13.)


Ze kregen in totaal 10 kinderen van wie er 3 op jonge leeftijd overleden. Dochtertje Jannetje en zoontje Cornelius overleden binnen een jaar na hun geboorte. Zoontje Willem Jakob Visser haalde zijn 2e verjaardag niet.


Overlijdensadvertentie Willem Jakob Visser (1830-1832) (Nieuwe Rotterdamsche Courant (NRC) 22 mei 1832 (Delpher)

(Overlijdensadvertentie Willem Jakob Visser (1830-1832) (Nieuwe Rotterdamsche Courant (NRC) 22 mei 1832 (Delpher))


Jan als onderwijzer

Tot zijn 41ste (1834) is Jan onderwijzer geweest. Voor zover bekend begon hij zijn onderwijzersloopbaan als ondermeester (3e rang) in Alphen.

Rond 1812 solliciteerde hij voor onderwijzer te Nieuw-Helvoet (Helvoet Binnen). Hij werd aangenomen en bleef hier 2 jaar onderwijzer.

Na behoorlijke aankondiging, hebben zich ter vervulling der openbare Onderwijzersplaats als Sollicitanten alhier aangemeld: Jan Visser, Ondermeester te Alphen; Leendert Scheygrond, openbaar Onderwijzer te Moerkapel; Adrianus van Brink, openbaar Onderwijzer in de Kuinre; Jan van Woerkom, Ondermeester te Middelharnis en Hendrik Kater, openbaar Onderwijzer te Delfgaaaw; van welken de tweede, derde en vijfde den 2den, doch de eerste en vierde slechts den 3den rang bezitten. Op den 11 November 1812, begaf de Schoolopziener van het 4e District, die thans ook dit 5de waarneemt, zich herwaart, om het vergelijkend examen der Sollicitanten af te nemen; waarbij Hendrik Kater, als van de sollicitatie afgezien hebbende, niet verscheen. Dit werk hield den Schoolopziener, in tegenwoordigheid van den Maire en Adjuncten, mitsgaders leden van den Kerkenraad der Hervormde Gemeente, een groot deel van den dag aangenaam bezig; en hij eindigde het niet, dan na alvorens aan al de mededingers in het gemeen, maar aan Van Brink en Visser in het bijzonder, zijn genoegen betuigd te hebben. Het Proces-Verbaal is aan den Heere Inspecteur Generaal gezonden; op wiens autorisatie, onder inwachting der finale beslissing van Z.Excell. den Groot-Meester der Keizerlijke Universiteit, de waarneming van deze vacante Schoolonderwijzersplaats provitioneel zal worden vervuld worden door Jan Visser, Ondermeester te Alphen. Julij en Sept. 1812.
(uit: Bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de Lagere Scholen in Holland. IV deel. Gedrukt te Haarlem bij Johannes Enschedé en Zoonen, 1813. Hieruit: Schoolberichten Ve district, pagina 9-10).

Van 1814-1834 was hij onderwijzer in het Zuidhollandse Zevenhuizen. Zevenhuizen is ook de geboorteplaats van hun overige 9 kinderen. In de registers van de burgerlijke stand van Zevenhuizen komt hij diverse malen als getuige voor. Ook is hij hier lid van het Leesgezelschap tot Nut en Vermaak. In diverse boeken komt hij, namens het leesgezelschap, voor in de lijst van intekenaren.

In de prijzen

In augustus 1833 hield de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen haar 49ste algemene jaarvergadering. Met zijn boekwerkje “Het voordeel en het gemak van gelijke maten en gewichten” schreef Jan het beste antwoord op de vraag wat de voordelen van het Tientallig Stelsel waren. Als prijs ontving hij de gouden medaille van deze Maatschappij en tevens 20 gouden dukaten (“namens Z.M. den Koning uitgeloofd”).

Na het uitspreken dezer Redevoering, werd de Gouden Medaille, benevens twintig gouden Dukaten; (namens Z. Maj. den Koning uitgeloofd aan den Schrijver van het best gekeurde Antwoord op het onderwerp, waarop de gemelde Medaille is toegewezen), ter hand gesteld aan den Heer Jan Visser, Onderwijzer te Zevenhuizen, alsmede de Zilveren Medaille aan den Algemeenen Secretaris, voor en in naam van den afwezigen Heer Johan Pieter Bóurjé, Arrondissements IJker voor het eerste District der Provincie Zeeland , te Middelburg, beide voor derzelver in den verledenen jare bekroonde Prijsantwoorden, en aan den Heer H.J. Foppe, voor en als daartoe gemagtigd door den Heer J. van Wijk Roelandszoon, Kostschoolhouder te Kampen , de gouden Medaille, voor deszelfs in dezen jare bekroonde Prijsverhandeling.
(uit: Algemene konst- en letterbode, 25 Oct 1833, no. 48, p 291)

Zijn werkje werd in 1834 uitgegeven en is o.a. via Google Books als ePub en PDF te downloaden. In het werkje komt ook de naam Delinus Veldman voor. Zou deze vernoemd zijn naar zijn zoon Delinus?

Nieuw uitdaging

Na zijn werkje geschreven te hebben was Jan toe aan een nieuwe uitdaging. In dezelfde periode solliciteerde hij naar de functie van arrondissements-ijker voor zowel Delft als Leiden. Op 26 mei 1834 werd hij te Leiden voor het gehele arrondissement benoemd.

Het gezin pakte hun boeltje bij elkaar en vertrok vol goede moed naar Leiden. Het zal best wel even wennen zijn geweest.

In het Leidse Register van emigranten en immigranten (1831-1846) worden ze als volgt vermeld: Jan Visser (41 jr, arr. ijker), Trijntje Klop (47 jr), Johanna Antonia Visser (17 jr), Cornelius Johannes Visser (15 jr), Delinus Visser (11 jr), Anna Cornelia Visser (9 jr), Maria Elisabeth (7 jr) en Geertrui Adriana (5 jr). Geb. N. 79. Ingekomen 10 November 1834. Afkomstig van Zevenhuizen.

Een nieuwe woning

In februari 1838 kocht Jan, op een veiling, een huis in Leiden aan de Nieuwen Rijn/Utrechtsche Veer nummer 22.

Een jaar later, in 1839, worden ze in de Leidse volkstelling als volgt vermeld: Jan Visser (46 jr, arrondissementsijker), Trijntje Klop (52 jr), Cornelius Johannes Visser (19 jr), Delinus Visser (16 jr), Johanna Antonia Visser (22 jr), Anna Cornelia (14 jr), Maria Elizabeth (13 jr), Geertrui Adriana (10 jr) en Jansje Cheufour (21 jr, dienstbode). Als geloof wordt bij allen Protestant opgegeven. Huizing: N. Rhijn no. 22. Huisgezinnen per huis: 1. Inwoners per huis: 9.

In 1846 wonen ze nog steeds op hetzelfde adres. De Leidse volkstelling vermeld dan: Jan Visser (arrond. ijker), Trijntje Klop (zonder beroep), Cornelus Johannis Visser (chirurgijn), Anna Cornelia Visser (zonder beroep), Maria Elisabeth Visser (zonder beroep), Geertruida Adriana Visser (zonder beroep), Cornelia Tromp (dienstbode), Maria Regeer (dienstbode) en Delinus Visser (zonder beroep). Als godsdienst wordt bij allen Gereformeerd genoemd. Op Jan Visser en Trijntje Klop na, zijn allen ongehuwd. Huizing: Wijk 3, No. 22.

De laatste Visser die het huis bewoonde was Jan’s dochter Geertrui Adriana (1829-1915) die hier met haar echtgenoot mr. Johan Frederik van der Sloot Clément (1806-1894) tot haar dood in 1915 heeft gewoond.

Het huis bestaat nu nog steeds en is (als ik het goed heb omgerekend) nu Utrechtse Veer nummer 26. Sinds 1996 is het een gemeentelijk monument en wordt op de website van Erfgoed Leiden omschreven als:

Woonhuis met bakstenen lijstgevel uit de achttiende eeuw bestaande uit drie bouwlagen en een plat dak.
Op de begane grond bevinden zich een hardstenen plint, een deurkozijn met paneeldeur en boven­licht, een achtruits-empire schuifvenster en een deurko­zijn met paneel­deur en snijraam. Op deze plaats bevond zich oorspronkelijk een raamkozijn.
De raamkozijnen op de eerste verdieping bevatten ongedeelde schuiframen. De tweede verdieping bevat raamkozijnen met bovenramen en openslaande onderra­men. Alle venster­openingen zijn voorzien van hardstenen vensterbanken. Boven alle kozijnen zijn gemetselde strekken aangebracht.
De gevel wordt beëindigd door een gewijzigde geprofileerde gootlijst op klossen. Het pand heeft een plat dak.


Leiden, Utrechtse Veer 26 (Wikimedia/Erfgoed Leiden)

(Leiden, Utrechtse Veer 26 (Wikimedia/Erfgoed Leiden))


Jan als Arrondissements-IJker

In 1834 werd hij benoemd als ijker voor het arrondissement Leiden. In 1836 als ijker van het vaatwerk voor den handel in het groot te Leiden. Om zijn werk te kunnen uitoefenen had Jan ook de beschikking over een eigen boeier (een platboomd zeilschip van ongeveer 15 meter lang met een roef en een beperkte laadruimte). Hiermee kon hij, samen met zijn bediende, zijn werkzaamheden als ijker in het arrondissement uitvoeren. De boeier was waarschijnlijk zijn eigendom en lag als hij thuis was mogelijk voor zijn deur aangemeerd. Na het overlijden van Jan heeft zijn zoon Delinus, tot aan zijn pensioen, ook van deze boeier gebruik gemaakt.

Zijn zoon Delinus is in zijn vaders voetsporen getreden en werd in 1850 ijker, later chef van dienst, en is dit tot aan zijn pensioen gebleven.

Bij het Nationaal Archief bevindt zich een brievenboek die Jan en Delinus nauwgezet hebben bijgehouden.

In het Leids Jaarboekje van 1993 heeft G.J.C. Nipper het artikel 'Het ijken van maten en gewichten in Leiden en omgeving tussen 1820 en 1924' gepubliceerd waarin Jan en Delinus worden vermeld. In het artikel is ook een afbeelding van het ijk teken van Jan en Delinus opgenomen. Ook wordt is er in deze publicatie een kort reisverslag van Delinus uit 1851 opgenomen.

Overlijden

Jan overleed, 56 jaar oud, op 17 juni 1849 om 21:00 uur in Leiden "aan de gevolgen eener hevige ziekte van slechts weinige uren". Een paar dagen later, op 20 juni 1849, werd hij begraven op de begraafplaats Groenesteeg in Leiden (vak F, grafno. 351 - klasse 2 zandgraf). In het zelfde graf zijn ook zijn echtgenote Trijntje Klop en zijn dochter Maria Elizabet Visser begraven. De begraafplaats ligt aan de overkant van de gracht, schuin tegenover zijn woning aan het Utrechtse Veer. Onze voormoeder Trijntje overleefde hem bijna 20 jaar en overleed op 15 juli 1866 om 09:00 uur in Leiden. Behalve Jan, Trijntje en dochter Maria Elizabet liggen op begraafplaats Groenesteeg ook nog andere familieleden begraven:


Overlijdensadvertentie Jan Visser (1793-1849), Nieuwe Rotterdamsche Courant (NRC), 20 juni 1849 (Delpher)
(Overlijdensadvertentie Jan Visser (1793-1849), Nieuwe Rotterdamsche Courant (NRC), 20 juni 1849 (Delpher))



Overlijdensadvertentie Trijntje Klop (1787-1866), Nieuwe Rotterdamsche Courant (NRC), 18 juli 1866 (Delpher)
(Overlijdensadvertentie Trijntje Klop (1787-1866), Nieuwe Rotterdamsche Courant (NRC), 18 juli 1866 (Delpher))



Vergelijkbare artikelen


Bovenkant Pagina (Top)