De oorsprong van een Indische familie.

Van Nederland naar Indonesië (en terug).


afbeelding: Marco Visser     Marco Visser | 6 mei 2020.
    categorie: genealogie (stamboom)



Afbeelding: Hubertus Visser (1887-1922)

(Hubertus Visser (1887-1922)).


Waarom kiest iemand in de 19de eeuw voor een bestaan in het voormalige Nederlands-Indië? Mijn voorvader kan ik het niet meer vragen. Door zijn vertrek naar het voormalige Nederlands-Indië is hij wel de stamvader (samen met de stammoeder natuurlijk) van een uitgebreide Indische familie geworden. Hun nakomelingen wonen op dit moment voornamelijk in Nederland, maar ook in landen als Israël, en ja, ook nog in Indonesië.


Inhoudsopgave

  1. Inleiding.
  2. Een beetje achtergrondinformatie.
  3. Waarom Nederlands-Indië?
  4. Het begin van Jan's nieuwe start.
  5. De geboorte van de Indische takken.
  6. Hoe het verder ging.
  7. Ter afsluiting

Inleiding

Dit stukje is o.a. bedoeld voor familie en belangstellenden en heeft als doel om in het kort een schets te geven van het ontstaan van mijn Indische tak van de familie. Een verhaal dat voor andere Indische families wellicht niet zo heel verschillend is.

Een beetje achtergrondinformatie

De stamvader van de Indische tak(ken), Jan Visser, kwam in 1849 in het Zuid-Hollandse Stellendam ter wereld als oudste kind van Cornelius Johannes Visser (1820-1886) en Kommertje Kievit (1824-1910). De vader van Jan was geneesheer op de Zuid-Hollandse eilanden. Hij was o.a. werkzaam in Stellendam, Goedereede en Rozenburg.

Het echtpaar Visser-Kievit kreeg in totaal 9 kinderen, 5 meisjes (Kommertje Louise (1853-1911), Catharina (1855-1912), Maria (1857-1930), Cornelia Johanna (1860-1949) en Johanna Anna Maria Geertruida (1864-1950) en 4 jongetjes (Jan (1849-1890), Marinus (1850-1868), Jacobus (1851-1920) en Cornelis Hubertus (1866-1887).


Afbeelding: Cornelius Johannes Visser (1820-1886)

(Cornelius Johannes Visser (1820-1886)).


Op eentje na, traden al de dochters van het echtpaar Visser-Kievit hun in het huwelijk. De zonen bleven ongehuwd. Twee van hun kregen echter wel kinderen (anders was ik er ook niet geweest ;-)).

Niet alleen mijn voorvader Jan (1849-1890) vertrok 'naar de Oost', ook broer Jacobus zocht zijn heil in Azië (hij ging uiteindelijk met pensioen als gezaghebber bij de Gouvernements Marine). Hun broer Marinus staat in de bevolkingsregisters vermeld als zeevarende en als vermist/vermoedelijk overleden. In 1868 vertrok hij vanuit Liverpool met het schip ‘Stad Delft’ naar Batavia. Na zijn vertrek is niets meer van hem vernomen. Wat de plannen van de jongste zoon, Cornelis Hubertus, van het echtpaar is weet ik niet. Hij overleed als student medicijnen op 21 jarige leeftijd in Scheveningen.

Waarom Nederlands-Indië?

Dat is natuurlijk speculeren.

Het is bekend dat vele voor het Oost-Indisch leger kozen in de hoop op een beter leven. Maar zo slecht had mijn voorouder Jan het denk ik niet.

Wellicht kreeg hij inspiratie van eerder vertrokken familieleden. Zo gingen twee van zijn neven, Delinus (1848-1925) en Jan (1845-1885) van Toorenburg, hem voor. Ze dienden als officier in het Oost-Indisch Leger. Misschien wilde Jan wel gewoon wat anders, de wereld zien, avontuur... wie zou het zeggen.

Het begin van Jan’s nieuwe start

In 1896 werd onze Jan benoemd tot Militair Student en vertrok naar de grote stad Amsterdam om daar medicijnen te gaan studeren. Na zijn studie werkte hij nog eventjes in het Militair Hospitaal in de hoofdstad. Na nog even een paar weken bij zijn ouders te hebben doorgebracht, vertrok hij uiteindelijk in 1877 als kersverse Officier van Gezondheid (vanaf 1886 mocht hij pas de titel van Arts gebruiken) per stoomschip 'Drenthe' van Rotterdam naar Batavia.

Na een weekje of 6 varen kwam hij op 6 augustus 1877 in Batavia aan. Een dag of tien na aankomst werd hij geplaats op zijn eerste post: het hospitaal te Willem I (Midden-Java). Daarna diende hij voornamelijk op Sumatra en West-Java.

De geboorte van de Indische tak(ken)

Wanneer hij en mijn betovergrootmoeder Sima met elkaar in contact kwamen is mij niet bekend. Mogelijk werd ze aan hem ‘toegewezen’, iets wat wel vaker gebeurde. Een 'njai' om de Europese man ‘bij te staan’ in de tropen. Maar een meer romantische versie kan natuurlijk ook.

Hoe ze elkaar ook hebben ontmoet, ze kregen uiteindelijk 3, maar mogelijk 4, kinderen: Cornelius Johannes (1884-?), Marinus (1886-1864), Hubertus (1887-1922) en mogelijk Jacobus (ca. 1889-?). Deze Hubertus is overigens mijn overgrootvader (maar dit even tussendoor).

Jan en Sima trouwde niet. Wat ik begrepen heb mochten destijds Europese officieren niet met een Indonesische (of ‘Inlandse’, zoals dat toen heette) vrouw in het huwelijk treden (maar ik kan het verkeerd hebben begrepen). Jan erkende zijn kinderen wel. Behalve een naam weten we helaas niet over mijn betovergrootmoeder Sima.

Werken en wonen in de tropen kan zo zijn gevolgen hebben. Wegens ziekte kreeg Jan een 2-jarige verlof naar Europa en is op 4 januari 1890 met het stoomschip 'Prins Alexander' naar Europa vertrokken. Op 1 februari van dat jaar is hij in Genua gedebarkeerd en van daaruit naar Nederland vertrokken. Niet veel later is hij in Rotterdam, in de woning van zijn moeder, overleden.

Jan vertrok alleen naar Europa, zijn kinderen bleven in Indië achter. De reden hiervan weet ik niet. Mogelijk door zijn ziekte, of wellicht had hij geen geld om ook zijn kinderen te laten overkomen (het leger betaalde zijn passage), of wellicht met de gedachte dat hij na zijn verlof weer terug zou keren. We weten het niet.

Hoe het verder ging

De 3 oudste kinderen kwamen uiteindelijk in een weeshuis in Batavia (Djati) terecht en werden rond hun 9de leeftijd bij het Korps Pupillen aangenomen. Wat er verder met hun broertje Jacobus is gebeurd heb ik nog niet kunnen achterhalen.


Afbeelding: Korps Pupillen

(Korps Pupillen (Leiden University Libraries – Digital Collections, KITLV 503362). Colourised version)).


Het Korps Pupillen (1848-1912) was gevestigd te Gombong (Midden-Java) en werd opgericht om zonen van Europese vaders en Indonesische moeders op te leiden tot militair. Indonesische moeders hadden destijds, juridisch gezien, geen zeggenschap over hun eigen kinderen. Zeker als ze niet met de vader van hun kinderen getrouwd waren. De pupillen kregen er o.a. les in aardrijkskunde, geschiedenis, rekenen, schrijven en landmeten. Rond hun 16/17de traden de broers uiteindelijk in dienst van het Oost-Indisch leger (KNIL).

Cornelius Johannes (1884-?) diende van 1901-1927 en verliet de dienst als sergeant-majoor stafhoornblazer. Hij huwde in 1915 in Malang (Oost-Java) met de Indonesische vrouw Soerkarminah (1889-?). Hoe hun leven na zijn diensttijd is verlopen is mij niet bekend. Jan en Sima's andere zoon Marinus (1886-1964) diende van 1903-1915 bij het Oost-Indisch leger en bracht het tot korporaal. Na zijn diensttijd was hij o.a. werkzaam als commies bij het hoofdbestuur van de PTT in Bandoeng (West-Java). Hij huwde in 1919 in Batavia met Kiok Nio Tan (1890-1973). Ze kregen 3 kinderen: Hubertus (1919-?), Albert Emanuel (1920-?) en Ida Helena (1922-?). Hoe het verder met hun kinderen is verlopen is mij niet bekend.

Mijn overgrootvader Hubertus (1887-1922) diende van 1904-1919 bij het Oost-Indisch leger. Hij bracht het uiteindelijk tot militair opzichter bij de Topografische Dienst. Wat hij na zijn diensttijd heeft gedaan weet ik niet. Wat ik heb gehoord is dat hij mogelijk bij een suikeronderneming heeft gewerkt. Hij overleed in Soemberdadi (Oost-Java), wat ook de naam van een suikeronderneming is. Mijn overgrootvader Hubertus is 2 keer getrouwd geweest. De eerste keer in 1912 (echtscheiding in 1916) in Makassar (Celebes) met mijn overgrootmoeder Ani (ca 1890-?). Ze kregen 3 kinderen: een zoon en 2 dochters. Over mijn overgrootmoeder Ani is overigens ook niet echt veel bekend.

Zijn tweede huwelijk was in 1919 in Batavia met Amalia Wilhelmina Anna Meijboom (1899-?). Samen kregen ze een zoon. Na het overlijden van mijn overgrootvader is zijn tweede echtgenote in 1928 in Batavia (West-Java) in het huwelijk getreden met Paul Johan Carp (1878-1939).


Afbeelding: Amelia Wilhelmina Anna Meijboom (1899-?)

(Amelia Wilhelmina Anna Meijboom (1899-?))


Deze meneer Carp had overigens ook een aantal broers die bij het Korps Pupillen hebben gezeten. En later, net als mijn overgrootvader o.a. bij de Topografische Dienst hebben gediend. Mijn stief-overgrootmoeder Meijboom had overigens nog 2 zussen en deze zijn getrouwd met... een Carp. De gezusters Meijboom getrouwd met de gebroeders Carp.

Ter afsluiting

Als ik dit zo neerschrijf bedenk ik me dat de wereld van de Indo-Europese/Indische families eigenlijk niet zo heel erg groot is. Ons kent ons. Het Indisch Familie Netwerk (zoals dat ook wel eens wordt genoemd). Lekker senang toch? En zo eindigt een kijkje in de keuken van het ontstaan van een Indische familie. Mocht u, geachte lezer, nog aanvullingen, foto’s et cetera hebben... dan weet u me te vinden.

Nog een prettige dag.

Marco

Vergelijkbare artikelen


Bovenkant Pagina (Top)